Gemeenten in hoger beroep tegen zorgaanbieder

De gemeenten Buren, Neder-Betuwe en Tiel leggen zich niet neer bij de uitspraak van de rechtbank in de zaak tegen de bestuurder van voormalig zorgaanbieder Job Lanceer. De gemeenten gaan in hoger beroep

Niet leveren van verantwoorde en veilige zorg

De gemeenten zijn van mening dat de zorgaanbieder niet de zorg en ondersteuning heeft geleverd die hij contractueel verplicht was te leveren. Hierdoor hebben cliënten niet de zorg en ondersteuning  gekregen waarvoor zij geïndiceerd waren. De gemeenten gaan in hoger beroep om alsnog vast te stellen dat de bestuurder van de zorgaanbieder zich onrechtmatig heeft gedragen en verplicht is de schade die gemeenten daardoor hebben geleden te vergoeden. Aan de vorderingen ligt een uitgebreid dossier ten grondslag. Dat bestaat uit vernietigende rapporten waaruit blijkt dat Job Lanceer niet voldeed aan de (wettelijke) eisen en randvoorwaarden voor het leveren van verantwoorde en veilige zorg. En ook uit belastende verklaringen van cliënten en medewerkers en informatie over onjuiste declaraties. De gemeenten zijn in tegenstelling tot de rechtbank van mening dat op basis van deze documenten en gegevens tot een veroordeling van de bestuurder moet worden gekomen.

Zorgovereenkomst niet verlengd

In oktober 2017 besloten de gemeenten de zorgovereenkomst met Stichting Job Lanceer niet te verlengen. Er werden geen nieuwe cliënten meer geplaatst en voor de zittende cliënten werd een andere zorgaanbieder gezocht. Aanleiding hiervoor waren rapporten van de toezichthouder Wmo, die onafhankelijk onderzoek doet naar de kwaliteit van de zorgverlening. Hieruit kwam naar voren dat kwetsbare cliënten niet de begeleiding kregen waarvoor zij geïndiceerd waren. Er waren ernstige zorgen over de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning en de gevolgen hiervan voor de cliënten. Door gebrekkige dossiervorming door de zorgaanbieder kon niet vastgesteld worden of de geïndiceerde zorg ook daadwerkelijk was verleend. Vervolgens zijn de gemeenten een procedure tegen de stichting en diens bestuurder gestart om de betaalde zorggelden terug te vorderen. De stichting ging echter nog voor de behandeling van de rechtszaak failliet. De rechtbank heeft daarom geen uitspraak gedaan over de vorderingen tegen de stichting. De vorderingen tegen de bestuurder heeft de rechtbank afgewezen. De bestuurder heeft ook een vordering tegen de gemeenten ingesteld omdat hij meende dat zijn reputatie zou zijn aangetast. Ook deze vordering is afgewezen. De gemeenten menen dat ook de bestuurder wel degelijk verantwoordelijk is voor de misstanden bij de stichting en gaan daarom in hoger beroep.

Signaal

Met het hoger beroep willen de gemeenten ook het signaal afgeven dat zorgaanbieders die cliënten duperen door zich niet aan de regels te houden, hier niet mee weg komen. Misbruik, oneigenlijk gebruik of zelfs fraude in de zorg vinden zij onacceptabel. Inwoners die kwetsbaar zijn en afhankelijk zijn van zorgaanbieders moeten er op kunnen rekenen dat de zorg van goede kwaliteit is en dat zij de benodigde zorg daadwerkelijk krijgen.  Als blijkt uit rapportages en verklaringen dat dit niet het geval is, dan moeten gemeenten optreden in het belang van de inwoners. Dit doen de gemeenten door de overeenkomst met de zorgaanbieder te beëindigen én ook door ten onrechte betaalde zorggelden terug te vorderen. 

Pagina opties