Planschade

Door een ruimtelijk plan kunt u schade lijden. Dat kan een bestemmingsplan zijn, maar ook andere ruimtelijke plannen kunnen schade veroorzaken. Deze schade noemen we planschade.

In een bestemmingsplan staat wat en waar in de gemeente gebouwd mag worden. Elk deel van de gemeente krijgt een bestemming. Krijgt een deel van de gemeente door een bestemmingsplan een andere bestemming? Dan kan daardoor voor u schade ontstaan. Bijvoorbeeld als op een stuk grasland voor uw woning nu woningen mogen komen.

Is dit bij u het geval? Dan kunt u aan de gemeente een vergoeding vragen voor deze planschade.

Wanneer komt u in aanmerking voor een vergoeding van planschade?

Er is financiële schade ontstaan:

  • Uw bedrijf heeft minder inkomsten door het plan (inkomensderving).
  • Uw huis of ander gebouw is minder waard geworden door het plan (waardevermindering onroerende zaak).

 Planschade

Om in aanmerking te komen voor vergoeding in planschade zijn 2 dingen van belang:

  • Toen u het huis, gebouw of de grond kocht wist u niet van de wijziging. U had het ook niet kunnen weten. Was de procedure om het bestemmingsplan te wijzigingen op het moment van aankoop al in volle gang? Dan krijgt u niets vergoed.
  • U moet de vergoeding aanvragen binnen vijf jaar nadat het bestemmingsplan definitief is geworden

Heeft u vragen?

Heeft u nog andere vragen? Dan kunt u op werkdagen bellen met het Omgevingsloket van de gemeente (0344) 637 167. Ook is het mogelijk om via e-mail vragen te stellen (omgevingsloket@tiel.nl).

U kunt het aanvraagformulier planschadevergoeding (pdf, 236 kB) downloaden. U stuurt het ingevulde formulier met de benodigde bijlagen naar de gemeente. U krijgt dan van ons een ontvangstbevestiging met het verzoek om € 300,- over te maken.

Hoe u kunt betalen en voor wanneer u dat moet doen, staat in de brief die u van ons ontvangt. Als u op tijd betaalt, gaan wij uw aanvraag behandelen. Als wij de planschade (gedeeltelijk) vergoeden, betalen wij het bedrag aan u terug.

Hoe lang duurt het?

Het duurt nog wel een aantal maanden voordat u antwoord krijgt op uw aanvraag. Bij de behandeling nemen wij de volgende stappen:

  • Gemeente neemt contact op met een zelfstandig planschade adviesbureau.
  • Wij vragen of u akkoord gaat met het adviesbureau.
  • Als u akkoord gaat, krijgt het adviesbureau de opdracht.
  • U wordt door het adviesbureau uitgenodigd om uw aavraag toe te lichten.
  • Ook de gemeente kan een reactie geven op het planschadeverzoek.
  • Het adviesbureau en de gemeente komen bij uw woning kijken.
  • Het adviesbureau maakt een conceptadvies.
  • U en de gemeente kunnen op het conceptadvies reageren.
  • Het adviesbureau maakt het advies definitief en stuurt het naar de gemeente.
  • Burgemeester en wethouders nemen een beslissing op uw aanvraag.

U begrijpt dat al deze stappen tijd kosten. Het adviesbureau of de gemeente zal u informeren over het proces. Ook hoort u dan of u iets moet doen of niet. Na het besluit van burgemeester en wethouders kunt u nog bezwaar maken.

Het aanvragen van planschade vergoeding kost € 300,- Als wij de planschade voor een deel vergoeden, betalen wij het bedrag aan u terug.

Hoe wordt planschade bepaald?

Een onafhankelijk advies bureau beoordeelt dit. Het adviesbureau kijkt naar het oude en het nieuwe bestemmingsplan. Het gaat om de vraag wat volgens het oude bestemmingsplan maximaal mogelijk was. En wat de maximale mogelijkheden zijn onder het nieuwe bestemmingsplan. De feitelijke situatie is dus niet van belang.

Het is bijvoorbeeld mogelijk dat als er hoogbouw voor uw deur komt, dit volgens het oude bestemmingsplan ook al voor een deel had gekund. Ook als geen gebruik is gemaakt van deze mogelijkheden, wordt er wel rekening mee gehouden. De oude mogelijkheden worden als het ware ‘afgetrokken’ van de nieuwe mogelijkheden. Het nadeel dat overblijft, is de planschade. De gemeente schakelt hiervoor een onafhankelijk adviesbureau in.

U heeft meestal een eigen risico

In de meeste gevallen vergoedt de gemeente niet alle mogelijke planschade. Een deel van de planschade blijft voor uw eigen rekening. Dit noemen we het normaal maatschappelijk risico. In de wet staat dat dit in ieder geval gelijk is aan 2% van de waarde van uw woning of van de bedrijfsinkomsten.