Toespraak burgemeester Beenakker 4 mei 2021

4 mei 2021

Het vergt moed om niet ontmoedigd te worden

80 jaar en 359 dagen geleden schrokken de inwoners in Tiel en de omliggende dorpen vroeg wakker. Om 5 voor 4 ’s nachts verschenen de eerste vijandelijk vliegtuigen boven de stad. Zij vlogen naar het westen. De Tweede Wereldoorlog was op 10 mei 1940 een feit.

Er zouden zware jaren volgen. Naast de grote verwoestingen liet het leed van onze inwoners grote zichtbare en onzichtbare littekens na. Natuurlijk, we kennen de verhalen. Maar toch kunnen we nooit precies voelen hoe het voor hen is geweest.

Hoe is dat: in angst leven voor een vijand die je land bezet? Om mensen, van wie je zoveel houdt, te verliezen? En dat gebeurde: wij verloren in Tiel vrijwel onze gehele joodse gemeenschap. Veel mensen die in verzet kwamen, bekochten dat met hun leven. Net als gewone burgers, als vergelding tegen verzetsdaden.

Ik vind het mooi wat Emile Smit zei: “Laten we vandaag denken aan hen die na dit alles tóch de moed hadden door te leven en de basis te leggen voor ons huidige bestaan.”

Moed wordt soms verward met ‘moeten’: je moét wel door, zo bijzonder is dat niet. Maar daar ben ik het niet mee eens. Al die jaren waarbij je niet wist wanneer en hoe het zou eindigen. Het vergt moed om niet ontmoedigd te worden.

In mei 1945 kwam de bevrijding. Maar niet voor iedereen. Want ver weg, in Indië, was het nog oorlog en vielen er veel slachtoffers, waaronder Tielenaren. De oorlog daar speelt ook nog altijd een grote rol in de herinneringen van onze Molukse inwoners. Hun geschiedenis is hier symbolisch verankerd in het monument voor de Molukse KNIL-militairen.

Maar ook in de graven van deze militairen en hun vrouwen. Deze graven kregen twee maanden geleden een beschermde historische status in Tiel. Wij vonden het belangrijk om dat te doen, als eerste gemeente. 70 jaar geleden kwamen de Molukkers naar Tiel. Zij zijn deel van onze gemeenschap en daarmee van onze geschiedenis.

Nu maak ik een sprong vooruit in de tijd: naar nu. Dit is alweer het tweede jaar dat we sober herdenken. Geen stille tocht. Wat zou het fijn zijn geweest als we hier weer met velen waren samengekomen. Maar dat kan nog niet.

Soms vergelijken mensen deze tijd met de oorlog: we ‘vechten’ tegen een virus, worden ‘opgesloten’ in onze huizen en ‘beperkt’ in onze vrijheid. En ik begrijp die gevoelens, want ons leven is niet normaal.

Maar, laat mij u een fragment voorlezen uit het dagboek van de Truus van Dee uit Tiel van 25 oktober 1944:

“Het is net zeven uur geweest in de avond. Er is net heel hard geschoten op de stad. Af en toe is het een hel hier. De nacht die voorbij is, is ontzettend geweest. Van 22.00 tot 2.00 uur toe is er de hele tijd met tussenpozen geschoten.”

Als je dit hoort, kun je niet anders dan concluderen: we leven nu niet in oorlog. Over de hele wereld werkt iedereen juist samen om uit de coronacrisis te komen. We leven in vrijheid. En die hebben we te danken aan de mensen die daarvoor vochten. Met wapens, maar ook in stilte.

Sinds vorige week zijn de coronamaatregelen wat versoepeld en ervaren we meer vrijheid. Dat is fijn, maar ook spannend. Want de zorg staat nog onder druk. Dáár bevinden zich nu de mensen die vechten voor de levens van anderen. Zonder dat het hen uitmaakt wie ze zijn, geloven of liefhebben.

Na deze periode zullen wij de scherven van de coronacrisis moeten opruimen. Wij hebben elkaar daarbij nodig. En dat kunnen wij.

Een mooi symbool voor de toekomst komt uit ons verleden, in de vorm van de Tielse Puinexpres. Dit was een treintje waarmee het puin werd opgeruimd voordat de verwoeste stad weer kon worden opgebouwd.

Tielenaren haalden de Puinexpres uit Rotterdam waar die in 1940 werd gebruikt na de bombardementen. Gewone burgers uit Tiel gingen de brokstukken opruimen en de stad opbouwen. Ik vind dit een prachtig verhaal waar hoop uit spreekt.  

En met die hoop wil ik samen met u de toekomst in. Een toekomst die rechtdoet aan de strijd voor de vrijheid die de mensen vóór ons leverden.

Het vergt immers moed om niet ontmoedigd te worden.

Burgemeester Beenakker